26-04-2026 – Een ooggetuigenverslag van een 112-persfotograaf in het Westland
De oproep en de vriendschap

Het begon allemaal met een doodgewone vraag van een goede vriend, een kameraad die speciaal uit zijn werk naar me toe was gereden. De aanleiding leek onschuldig: zou ik vanavond weer eten gaan halen bij de bekende Herberg? Meestal is dat zijn excuus om even naar het ‘Breeje Durp’ te komen. Maar deze keer was het anders. “Nee,” zei hij, “ik kom speciaal voor jou. Hoe heb jij deze week als persfotograaf ervaren? Ik kom zodat jij even je verhaal kwijt kan, noem het verwerken.”
Die vraag raakte me. Want ja, deze week was heftig. Eigenlijk begon het de week ervoor al. De routine van de persfotografie is allesbehalve routine; het is een constante schakeling tussen rust, actie en emotie.
Een week vol incidenten
Het verhaal begint bij die eerste melding. Een schuurbrand aan de Monsterseweg. Ik hoefde maar de deur open te doen om de kolossale zwarte wolken te zien. Het signaal om direct op de fiets te springen, de camera in de aanslag, en de eerste beelden al vanaf het fietspad te schieten. Terwijl scholieren argeloos voorbij fietsten, legde ik de gevaarlijke realiteit van de dikke rook vast.
Maar dat was pas het begin. De dagen die volgden waren een opeenvolging van korte, heftige incidenten.

Een voertuig te water aan de Maasdijk, waar de emoties gelukkig meevielen.
Op datzelfde moment een zwaar ongeval op de Westlandroute. De chaos die ik daar aantrof, het snelle politieoptreden, en de agente die kalm en professioneel zei: “U weet wat u wel en wat u niet mag, houd u daaraan a.u.b.” Het was een moment van gedeeld respect in de hectiek.
Een verwarde man in Honselersdijk, die de hulpdiensten in opperste paraatheid bracht door de dreiging van een gasexplosie.
Frontale botsingen, auto’s die 45 minuten bleven toeteren, een kleine brand in een hotel… het was een spervuur aan gebeurtenissen.
Code 10: De grens van professioneel en persoonlijk
En toen kwam de donderdag. Code 10 in Kwintsheul. Dat betekent meer dan tien potentiële slachtoffers. Het incident op de T-splitsing Bovendijk Heulweg was een complete ravage. Een spoor van kapotte lichten en een auto tegen de gevel van een timmerbedrijf. De spanning bij de hulpdiensten was tastbaar. Hier was geen ruimte voor emotie; we moesten focussen op ons werk. Maar toen duidelijk werd dat er een dodelijk slachtoffer was, sloot ik me volledig af van de buitenwereld om mijn professionele taak uit te voeren. Ik hing mijn perskaart zichtbaar aan mijn broek, een klein ritueel om in de chaos de nodige professionele afstand te bewaren. Het is die constante strijd – professionaliteit versus persoonlijke emotie – die de kern van dit boek vormt.
Het noodlot en de innerlijke rust
Het einde van het boek is het meest ingrijpende deel. Terwijl ik probeerde tot rust te komen en de week te verwerken, sloeg het noodlot toe. Ik had al dagenlang de berichtgeving over Jade Kops op Instagram gevolgd. De ochtend zelf voelde ik al een onheilspellende rust, een voorgevoel dat het mis zou gaan.

En het was mijn eigen 15-jarige dochter die het nieuws bracht. Ze kwam zeer aangeslagen naar buiten. “Pappa, pappa, Jade is overleden.”
De emoties waren intens, maar er waren geen tranen. Ze vertelde me dat ze er door het lange volgen van Jades verhaal op voorbereid was. Jade Kops werd maar 19 jaar, maar haar inspirerende persoonlijkheid veroverde vele harten, ook de mijne. En op dat moment, het breekpunt, heb ik zeker zelf een traan gelaten.
De Man met de Camera is niet zomaar een ooggetuigenverslag van incidenten. Het is een eerlijk, rauw verhaal over de impact van dit werk op de mens achter de lens. De week eindigde rustig, met een vrachtwagen te water op zaterdagochtend. Maar de herinneringen aan de chaos, de professionaliteit, de tragedie van Code 10 en het verlies van Jade blijven. Dit boek laat zien dat een persfotograaf geen machine is, maar een mens die zijn emoties op de achtergrond plaatst om de wereld te documenteren, maar ook zelf de tol daarvan betaalt.